Mozaïek Atelier Rondomvormen

Thuis in vormgeving

Voeginstructie


Het aanmaken van de voegspecie:

Maak de voegspecie aan met water. Gebruik niet te veel water, beter elke keer een klein beetje toevoegen. Houd een beetje specie apart voor het geval het te nat wordt. De voegspecie moet een substantie gaan vormen, als smeuïge pindakaas.

Het voegen:

Controleer het werkstuk op los zittende stukjes en op lijmresten. Deze kun je met een mesje verwijderen.

Als het werkstuk voegklaar is ga dan als volgt aan de slag. Een klein oppervlak kun je in een keer voegen; een groter oppervlak in delen zodat je voldoende tijd hebt om elk deel goed af te werken en schoon te poetsen.

Draag tijdens het voegen huishoudhandschoenen.

Met een voegrubber of met de hand breng je de voegspecie aan op het mozaiek. Goed insmeren, zodat ieder hoekje en gaatje wordt gevuld. De specie goed verdelen en het mozaiek inwassen met een uitgeknepen spons. Deze mag niet te nat zijn anders veeg je de voegen meteen weer uit het mozaiek. Na het inwassen moeten alle stukjes tegel weer zichtbaar zijn. Het gevoegde deel ongeveer een kwartier laten rusten.

Als na dit kwartier de tegelstukjes dof zijn uitgeslagen kun je het mozaiek oppoetsen met een zachte droge doek (evt. een beetje bevochtigen).

Mocht het voegwerk niet helemaal naar wens zijn dan kan je alleen op dit moment de voegen nog bijwerken (ophogen, gaatjes vullen, glad strijken). Hierna is dat niet meer mogelijk.

Het mozaiek in een koele ruimte wegzetten, zodat de voegen gelijkmatig drogen. In een te warme ruimte zal het voegsel te snel drogen en gaan barsten. Je kunt eventueel het mozaiek afdekken met plastic folie en af en toe even bevochtigen. Het drogen van de voegen zal, afhankelijk van de grootte van het werkstuk, 3 tot 14 dagen duren.

Soms kan er op het mozaiek een cementsluier achterblijven (vooral bij mat en poreus materiaal); deze is te verwijderen met huishoudazijn of in de ergere gevallen met ʻʼcementsluierverwijderaar”.

Succes!